Onze school werkt niet alleen met methode gebonden toetsen, maar ook met methode onafhankelijke toetsen van het leerlingvolgsysteem van het CITO.
Na elke lus van 7 tot 8 weken gaan we alle beschikbare data met elkaar duiden.
Welke data bedoelen jullie dan?
Wat zien we bij de resultaten methode-gebonden toetsen?
De observaties in de klas?
Het werk van de kinderen? En hoe werkt het kind?
Wat hebben we gezien tijdens de klassenbezoeken?
Zijn de routines goed zichtbaar in de klas?
Wat weten we vanuit de kind- en of oudergesprekken nog meer? Of van externe die meedenken?
Er worden gesprekken met elkaar gevoerd zodat we leren van en met elkaar.
Na elke half jaar zijn er methode-onafhankelijke toetsen.
Dit systeem laat zien hoeveel een kind in een bepaalde periode heeft bij geleerd.
Soms zijn de resultaten op de toesten tussentijds goed, maar zien we dat de kennis nog niet blijft hangen.
De resultaten van elk kind worden vergeleken met kinderen uit het hele land in vergelijkbare omstandigheden.
Leerlingen met opvallende scores worden nader gediagnosticeerd.
Na het afnemen van de Cito toetsen, het verwerken van de gegevens, volgt er een periode waarin de docent opnieuw gaat analyseren.
Voor welke kinderen het leerrendement voldoende tot goed zijn en welke interventies tot dit succes hebben bijgedragen.
Het kan ook zijn dat het leerrendement juist onvoldoende is geweest.
Op dat moment onderzoeken de leerkrachten welke interventies zijn ingezet en wordt bekeken welke andere interventies nu beter kunnen worden ingezet.
Daarbij denken de specialisten taal-, rekenen- en gedrag mee.
Maar ook de kwaliteitscoördinator en directeuren denken dan graag mee en delen inzichten.
En daarna plannen we ons onderwijs weer zo goed en passend mogelijk in.
